Aantekeningen

[1] Zo is er een Joannes Wiardi (Embdensis) die zich op 16 juni 1625 te Groningen als student inschrijft en dan in 1626 promoveert op een juridisch proefschrift Disputatio iuridica de nobillissime ac praestantissime donatium materia over liefdadigheid (aanwezig in de Groninger UB, maar nog niet ingezien). Wellicht dat dit dezelfde Joannes Wiardi Embdensis is die zich op 21 maart 1624 aan het Hamburger gymnasium inschrijft ([Sillem]). Er zou een familie relatie kunnen bestaan, aangezien de naam Joannes ook onder het directe nageslacht van Wiert Egberts vookomt. Een andere Joannes Wiardi van Embden schrijft zich op 10/6/1667 als student te Groningen in, dezelfde dag dat ook een Petrus Hermanni Crudner Embdensis zich inschrijft - familie? Verder zijn er nog een Margaretha Wiardi die op 28/11/1630 te Grijpskerk met een Ariaen Froterma trouwt (zie [Elema]) en de Leidse student Sebold Wiardus (inschrijving als student in 1632) uit Meppel, die bij zijn huwelijk in 1634 de naam Wiardi voert (Register Schepenhuwelijken Leiden). Tenslotte trouwt op 4/2/1724 te Ried een Hessel Douwes Wiardi met een Baukjen Johannes Swart. In hetzelfde jaar zou E.J. Wiardi naar Ried beroepen worden. Enig verband met de Appingedammer Wiardi lijkt in al deze gevallen onwaarschijnlijk. We hebben hier waarschijnlijk te maken met gelegenheidsverlatijnsingen.
[2] Een geboorteverwijzing voor Pieter is in de doopboeken noch in de gildeboeken te vinden. In de gildeboeken komt hij niet onder de kinderen van Wiert voor. Dit zou echter daarmee te maken kunnen hebben dat Wiert Egbert's opname in het gildeboek pas na de geboorte van Hermannus (1640) lijkt plaatsgevonden te hebben - de vroeg-overleden kinderen van Wiert worden ook niet vermeld. Ten tijde van de opmaak in het gildeboek was Pieter waarschijnlijk al bestemd voor het bakkersgilde en hoefde dus niet als zoon van Wiert te worden opgenomen. Hoe het ook zij, Pieter lijkt wel degelijk een zoon van Wiert Egberts geweest te zijn. Waarschijnlijk is hij uit een eerder huwelijk geboren - wat ook gezien de naamgeving van zijn kinderen aannemelijk is. Pieter was zowel bakker als schoolmeester. In de doopboeken komt hij voor als "maeghden schoolmeester", maar het is duidelijk uit de gildeboeken dat de Pieter Wyrts die het tot olderman van het bakkersgilde brengt dezelfde is: De kinderen die bakker Pieter als "gildebroeders kind" laat opnemen volgen naam en chronologie van de kinderen die schoolmeester Pieter laat dopen. Pieter komt ook als schoolmeester en diaken in de kerkeraadsboeken voor en de handtekeningen van de bakker en de diaken zijn overduidelijk afkomstig van een en dezelfde persoon. Deze Pieter, die in 1644 als lidmaat van de kerk wordt aangenomen en in september 1646 tot het bakkersgilde wordt toegelaten, zal ook de "Peter Wyrsz, burgersoon," die op 14/12/1646 het burgerrecht van Appingedam verwerft zijn geweest. Vanaf 1674 deelt Pieter Wierts de scholing van de Appingedammer jeugd (meisjes en jongens) met Johannes Waslander, de vader van Gesina, de vrouw van de preceptor Wiardi (zie protocollen, 4 maart 1674 en verder). In 1694 lijkt Waslander de enige resterende schoolmeester te zijn, gezien zijn verontwaardiging over de activiteiten van een vrouwelijke schoolmeester (zie [Bottema]).
[3] In het gildeboek van het koekebakkersgilde wordt Wiardus' vrouw Ellichjen Eppens genoemd. In de doopboeken is zij Eeltje. Wellicht is het paar in Noordbroek getrouwd, aangezien daar voor 21 maart 1624 een huwelijk tussen een Wiert Egbers en een Eeltje Eppes is opgetekend. Dit gegeven zou er op kunnen wijzen dat Eeltje van Noordbroek afkomstig was. Naar alle waarschijnlijkheid was Wiert reeds langere tijd in Appingedam wanneer hij burgerrecht verkrijgt.
[4] Niet te verwarren met de Egbert(us) uit Wierts huwelijk met Trijntje. Egbert wordt burger in 1650 en is net als zijn vader koekenbakker van beroep. Hij was ook actief in de schutterij, waarin hij het tot hopman brengt. Als Hopman Wiardi komt hij ook veelvuldig voor in de Rechtboeken der Burgemeesteren van Appingedam, onder andere als diaken.
[5] De derde Hermannus van het stel wordt ingeschreven als zoon van "Wiardts Kockenbacker en Trijne Hermanni"; in het gildeboek is zij Trijntien Hermans
[6] Hermannus studeert in Groningen (inschrijving: 14/4/1656, aetate 16) en is waarschijnlijk dezelfde Hermannus die op 5/5/1661 met attestatie van Groningen naar Appingedam komt om daar preceptor van de latijnse school te worden. Is dit het geval, dan zal deze betrekking een parkeerbaan in afwachting van een beroeping zijn geweest. Een dergelijke carrièrestap was niet ongebruikelijk voor een proponent in de Republiek. Na beroeping naar Enum zal Hermannus het preceptorschap hebben opgegeven. Volgens [Bottema] blijft hij actief als preceptor tot in de jaren 1670, maar dat lijkt uiterst onwaarschijnlijk. Zijn grafsteen met opschrift, wapen en helmteken bevindt zich nog op het kerkhof van Enum. Het wapen bestaat uit drie sterren (twee boven en één onder) met eveneens een ster als helmteken (zie [Pathuis], p.?).
[7] Over deze Jan valt weinig met zekerheid te zeggen, maar in 1684 wordt Doctor Joannes Wyardy, burgerzoon, burgerrecht verleend. In het Rechtboek van de Burgemeesteren van Appingedam is er na die datum ook een wedman en diaken die met Dr. I. Wiardi ondertekent. Dit maakt de identificatie van de Joannes Wiardi Appingadammensis die te Groningen (inschr: 7/1/1661) en Franeker (inschr: 11/12/1661) studeert en dan promoveert (1/2/1666: De probationibus jure) met Jan Wierts wel uiterst waarschijnlijk. Later moet hij ook de Oom Doctor bij het huwelijk van Hermannus' dochter Alegonda geweest zijn (hc Alegonda Wiardi x Henrick Bartels, R.A.Gr XII b*, 10/3/1708). Waarschijnlijk is hij nooit getrouwd.
[8] Niet te verwarren met Egbert uit Wierts huwelijk met Eeltje. Een doop voor deze Egbert is tot nog toe niet gevonden. In het gildeboek wordt hij echter als laatste en in een andere hand bijgeschreven. Dit lijkt te suggereren dat hij na Hermannus en Jan is geboren. Het feit dat zijn latere vrouw in 1646 is geboren, verschaft enige steun aan deze hypothese. Egbertus wordt burger in 1667, beroep onbekend. Net als zijn naamgenoot is hij actief in de schutterij, aanvankelijk als vaandrig, later als luitenant. In het Rechtboek der Burgemeesteren van Appingedam komt hij veelvuldig voor als Vaandrig/Luitenant Wierts/Wiardi. Interessant is dat Egbert aanvankelijk tekent met de naam E.Wierts, maar later met E.Wiardi. Wellicht is er hier sprake van enige invloed van zijn geleerde broers, die zich beiden van de naam Wiardi bedienen. In de protocollen komt hij regelmatig voor wegens openbare vechtpartijen. De laatste vermelding in de protocollen is van 1680, wanneer hij blijkbaar in zwakke gezondheid verkeert.
[9] Uit de doopboeken. De eerste drie zijn ook in het bakkersgildeboek te vinden.
[10] Zie protocollen Kerkeraad App., 4 april 1683. Uit een vorig huwelijk had Hindrick een (jong) kind. Eind 1695 was Hindrick blijkbaar alweer overlijden en houdt Wemeltje herberg (tot onvrede van haar buurt) - Protocollen, 11 december 1695.
[11] Wiardus schrijft zich in als student te Groningen op 8/1/1679, wanneer hij dus al 21 jaar oud is. Volgens [Duinkerken1] was hij pastor te Losdorp van 1683 tot 1688, van 1688 tot 1691 in Thesinge en dan vervolgens tot zijn dood in 1730 in Garsthuizen. Volgens [Duinkerken1], s.v. Warendorp, zou Wiardus aanvankelijk in Thesinghe zijn gebleven en was in 1691 Hieronymus Warendorp naar Garsthuizen beroepen. In een overeenkomst echter met W.W. (3/4/1691) verruilen de twee hun parochies en vertrekt Wiardus naar Garsthuizen. In het laatste dorp lijkt hij goede betrekkingen gehad te hebben met de collatoren, Evert baron van Lintelo en diens vrouw. Er is nog een avondmaalsbeker uit 1714 met zijn naam en die van de collatoren bewaard (zie [Pathuis]). Met Warendorp loopt het slecht af en hij wordt in 1698 uit zijn ambt ontzet.
[12] Rudolph was tevens schoonvader van Wiert. Zie testament van Rudolph, G.A.Gr. ?, 9/4/1707
[13] Volgens [Duinkerken1] is Simon in 1679 geboren. Dit is echter hoogstwaarschijnlijk niet het geval. De laatst geboren Simon die ik kon vinden was van 1670. Deze laatste datum laat zich ook beter combineren met het feit dat een Simon Wiardi van Appingedam zich op 16/8/1692 als student te Groningen inschrijft. Simon is dan net als zijn broer Wiert met zijn bijna 21 jaren relatief oud. Als "Pastores Wiardi, volle ooms," treden Simon en Wiardus op als getuigen bij het trouwen van Bernardina Meurs, een dochter van Marchjen en Roelef op 29/6/1717.(R.A. XII b*).
[14] De lijsten in doopboek en koekenbakkersgildeboek zijn identiek. Er worden echt twee paar tweelingen Grietje en Stijntje achter elkaar geboren. Trijntje Leorius' overlijden is opgetekend in het koekenbakkersgildenboek.
[15] De vooropleiding van deze Wiert is onduidelijk. Hij wordt kort genoemd in [Bottema] en zijn handtekening verschijnt in het formulierboek van de classis Appingedam ("Wiardus Wiardi, Subconrector", zie [Bottema], p.23).Hij is waarschijnlijk ook de "Wyardy Wyardi, burgherzoon" die op 11/6/1677 het Appingedammer burgerrecht verleend wordt. Zie ook de genealogie Waslander ([Roemeling]).
[16] Deze Eltje heeft zich wellicht in Delfzijl gevestigd, als zij tenminste de Eltje Egberts van Appingedam is die in 1680 lidmaat in Delfzijl wordt.
[17] Willem was waarschijnlijk het arme broertje van de familie en enigszins het zwarte schaap. In het eerste testament van Wiardus wordt hij in geval van overlijden van de laatste met een gouden ducaton bedacht (G.A.Gr., 11/9/1696, zie ook [Roemeling],p.32). Hij verdiende de kost als schoolmeester te Helpman, met als bijbaan de administratie van de plaatselijke kloostergelden. In die laatste hoedanigheid verviel hij tot vervalsing van rekeningen, wat hem in april 1715 op verbanning uit het Groningse kwam te staan. Na verbanning strijkt Willem neer in Woerden, waar zijn vrouw in october van dat jaar tot de kerk wordt toegelaten ("Geertjen Jans met attestatie van Groningen"), maar hijzelf niet. In 1721 verzoekt Willem de Groninger gemeente om een attestatie teneinde tot het avondmaal van de Woerdense kerk te kunnen worden toegelaten. Die attestatie heeft hij niet verkregen, zij het waarschijnlijk niet door onwil van de Groninger gemeente.Op 27 juni 1721 verschijnt hij voor de Woerdense kerkeraad "hoewel geene volledige attestatie hadde vande E: Kerkeraad van Groningen die echter gemelde Wiardi volkomen vergaten aande behandelinge derzelver E: Kerkeraadt." De Woerdense kerkeraad besluit hem niettemin toe te laten "op eigen beproevinge", nadat bij eerdere gelegenheid Willem "met zeer veel beweginge ende tranen betuigd had berouw van zijn misslag tot Groningen, waartoe naa de E: Kerkeraad bleek dat hij Wiardi scheen bedriegelijk verrukt te zijn geweest door zijn ligtgeloovigheid (...)" (Zie Acten van de Woerdense kerkeraad, p.319 (27/6/1721)). Blijft wat te denken van deze drie huwelijken binnen een tijdspanne van drie jaar met veel jongere dames die allen op hetzelfde adres in Leiden woonden.
[18] Begraven namens het kramersgilde op grond van zijn huwelijk met een gildebroeders dochter.
[19] Aldus het huwelijkscontract. In dit contract wordt de ontvanger Meinert ook genoemd als volle broer van Catherina.
[20] Van deze twee althans is zij erfgenaam (zie Archief Hoge Justitie Kamer 136/923 (fol.16v = 22 januari 1695)). Op latere leeftijd is ze waarschijnlijk bij haar dochter(s) ingetrokken. Blijkens haar grafsteen zal ze in 1637 zijn geboren ("... is in den heere ontslapen, ... , in 't 70 jaar hares ouderdoms", zie [Pathuis], p.?). De genoemde nakomelingen zijn diegenen die het trouwen van Alegonda in 1708 als broer of zus bijwonen, plus Hermannus die dan al is overleden. Zie R.A.Gr. XII b*, 10/3/1708). De doopboeken van Enum zijn voor de relevante periode niet bewaard gebleven.
[21] Benno Heddema hertrouwt op 10/12/1713 met Elizabeth Melles, wed.(schutterij)-luitenant. Nauoog. Catherina vestigt zich op 10/12/1682 in Delfzijl.
[22] Hermannus schrijft zich op 2/8/1690 in als student theologie te Groningen en dan 14/9/1692 (aetate 22) te Leiden, waar hij op 22/6/1694 de Hervormde Kerkeraad "verzoekt attestatie tot zijn Examen inde Cl. van Groningen waartoe hij vertoonde loffelijke Testimonia van Theologische Faculteit onser Acad. & ook bekend zijnde voor een stichtelijk lidmaat is hem zijn verzoek ingewilligd." (Acten Kerkeraad; zie ook Register Uitgeschreven Lidmaten, 20/6/1694: "Hermannus Wiardi, student in de Heij. Theologie, in de Nieuwe Steeg, om als proponent geexamineerd te worden," met aantekening "Attestatie gegeven ad examen na een van de classes van 't Synode van Stadt en Lande"). Hermannus heeft dat jaar echter geen examen gedaan in de Stad. Pas in januari 1699 wordt hij weer lidmaat in Groningen met attestatie van Delfzijl. Hij zal in de tusenliggende jaren bij zijn moeder en/of zijn zuster Ida gewoond hebben. Wellicht heeft hij zijn proponentsexamen bij de classis van Delfzijl gedaan. Op 21/5/1700 wordt hij naar Losdorp beroepen alwaar hij op 3/6/1706 overlijdt "oudt 35 jaeren" (zie [Pathuis], p.?). Waarschijnlijk is hij nooit getrouwd.
[23] Zie ook [Duinkerken2].
[24] Voor beroep, zie G.A.Gr. ?,7.11.1731.Het lijkt er ook op dat zijn zaak bij overlijden vrijwel failliet was (G.A.Gr ?, ?/1741)
[25] Doopboek: "Synde eene van d'Tweelinge."
[26] zie [Duinkerken2].
[27] Wiardus schrijft zich in als student theologie te Groningen op 4/12/1725. Van broer en zus Gerardus en Margaretha weten we alleen door huwelijkcontracten en testamenten (zie G.A.Gr. ?, 12.9.1738, 10.1.1732).
[28] Een huwelijkcontract wordt op 7/6/1735 opgemaakt. Janna's ouders zijn dan beiden al gestorven en getuigen van bruidszijde zijn Pieter en Wemeltje "als volle neef en nicht".
[29] Inschrijving als student theologie op 28/11/1715 te Groningen. Beroeping Woltersum 1/5/1729 tot emeritaat in 1762.
[30] In 1723 waren hiervan nog Egberdina, Catherina, Gesina, Egbert Jan en Anna in leven (zie G.A.Gr. ?, 17.7.1723)
[31] Onder andere een Egbertus Wiardus Tepens die later in Amsterdam zou trouwen.
[32] Het paar vestigde zich na hun trouwen in Feerwerd, alwaar Maria Gesina (20/6/1717), Gesina (26/3/1720) en Anna (23/2/1721) werden geboren. Na de dood van haar echtgenoot (in marge lidmatenboek: "obiit 1721") keert Gesina weer terug naar de stad Groningen.
[33] Egbert Jan studeert in Groningen en Franeker, in welke laatste plaats hij ook verscheidene gelegenheidsgedichten produceerde, onder andere in het In Memoriam van de jong overleden hoogleraar theologie Campegius Vitringa (1693-1723)(zie [Vitringa]). Het Rijksarchief in Leeuwarden bewaard ook een aantal dictaten van zijn hand bij de colleges van Tiberius Hemsterhuis en anderen. Van 1724 tot 1729 bedient hij het friese Ried en Boer, daarna, tot zijn dood in 1738, het plaatsje Tzum. Sibbeltje van Slooten was de weduwe van de voorganger Frederik Boeckholt van Egbert Jan als predikant te Tzum en een dochter van diens voorganger. Na zijn dood zou zij met de Harlinger burgermeester Claes Pyters van der Burg trouwen (zie [v. Slooten], p.442).
[34] Geboortedatum en plaats zijn onduidelijk. In Woerden zijn Jan Janssen Snell en Dirckjen Cornelis Veer de enige mogelijke ouders. Er is weliswaar geen dochter Geertje voor hen opgetekend, maar er is een Grietje waarvan de ouders niet genoteerd zijn. Deze past tussen de andere kinderen van Jan en Dirckje.
[35] Het huwelijk met Jantien is enigszins speculatief. Zelf van Beijlen, trouwt Jantien met een Eghbert (inclusief de "h") van Groningen. Er zijn verscheidene Egbertus(sen) die "passen". Echter, bij de doop van Wilhelmus wordt Helpman, de woonplaats van Willem, ook als woonplaats van het ouderpaar aangegeven. Bovendien is deze Eghbertus de enige voor wie de "h" consequent genoteerd wordt.
[36] Op 9/11/1732 vertrekt een Johanna Wiardi met attestatie van Leiden naar Delft (zie Register Uitgeschreven Lidmaten Leiden) en ?/?/1734 komt een Johanna Wiardi naar Woerden van Delft (Register Ingekomen Lidmaten Woerden). Dit zal dezelfde Johanna geweest zijn.
[37] Er zijn vier testamenten waarin Lydia genoemd wordt: Not.Arch. 8620/25 (hc/testament, 21/11/1732), 8625/49 (testament Gijsbertje van de Bree, een zuster van Cornelis, 30/12/1757), 8705/27 (Testament Cornelis, 18/7/1770), 8507/21 (Afwikkeling erfenis Cornelis, waar ook exacte sterfdatum).
[38] Helena vertrekt op 3/4/1729 uit Leiden naar Woerden en komt op ?/?/1729 aldaar binnen. In 1733 heeft ze blijkbaar nogmaals tijd in Leiden doorgebracht (attestatie van Leiden)
[39] Merk op dat [Bottema] deze tweede Robert over het hoofd ziet en de organist in 1706 geboren laat worden. Roberts werkelijke leeftijd ten tijde van Beerta's trouwen verklaart waarschijnlijk ook waarom hij niet als getuige tekende - hij was nog minderjarig.
[40] Dat Hermannus werkzaam was als zilversmit weten we omdat dit vermeld wordt bij de geboorte van zijn zoon Gercko. Hermannus Wiardi moet ook de Hermannus geweest zijn die als neef van Benno en Catherina's zoon het hc van de laatste ondertekent (R.A.Gr. XII b*, 16/3/1764)
[41] Ingeschreven als zoon van de weduwe Wiardi en de overleden solliciteur Gercko
[42] Archief Rode of Burgerweeshuis (45/1): "Sijke Aijolts, dochter van Aijolt Jacobs, meulenaar, de i Sept. 1679 in het weeshuis opgenomen, out omtrent elf jaaren. Sonder goet."
[43] Egbert W. schrijft zich in als student te Groningen op 26/10/1728 en dan op 11/9/1733 in Leiden (aetatis 21 anni), alwaar hij op 12/11/1734 promoveert op een proefschrift De Vita Sedentaria.
[44] Aldus de begraafboeken van Amsterdam: "Engelbertus Wiardi, jongman, uijt het huis van Cornelis Ontijd (?) in de Nieuwe Hooghstraat, 24 Febr. 1736."). Er is geen sluitend bewijs dat het hier om dezelfde Engelbertus gaat, maar gezien de zeldzaamheid van de naam lijkt identificatie waarschijnlijk. Wellicht was Engelbertus in de leer voor een vak. Bij zijn overlijden woonden er geen andere Wiardis in de stad.
[45] Als in het geval van Egbertus, vinden we alleen een naam in de begraafboeken. In haar geval valt wellicht nog meer informatie te vinden via het lidmatenregister van de hervormde kerk dat vanaf 1747 bewaard is gebleven. Wellicht is zij haar zuster Harmina nagereisd.
[46] Ondertrouwboek Amsterdam: "Jacob Hoovenaar, oud 27 jaar ende geads. met zijn vader Adriaan Hoovenaar en Harmina Wiardie van Groninge oud 26 jaar inde Twijnstraat ouds. doot geads. met haar neef Casper Schilt." Natuurlijk is op dit moment alleen Harmina's vader overleden, maar om een tijdrovend schriftelijk "consent" van verweglevende ouders te omzeilen, werden de laatsten vaker ten onrechte dood verklaard. Dit was een strafbare praktijk.
[47] Wellicht is dit de Wiardus die in 1740 te Groningen inschrijft, "gratis in honorem parentis"? De andere Wiardus die gezien zijn leeftijd student zou kunnen zijn werkt in Amsterdam. Het is mij echter onduidelijk wat nu precies de reden voor vrijstelling van collegegeld geweest kan zijn.
[48] In 1735 wordt een Lukas Wiardi leerling bij Hermannus Sevenstern namens het koopmansgilde. Waarschijnlijk gaat het hierbij om dezelfde.
[49] Ondertrouwboek: "Wiardus Wiardi, oud 26 jaar op de Zeedijk, met zijn moeder Aaltje Grobbema tot Groningen en Sara Hoovenaar van Adam, oud 24 jaar inde Tiggeltje met haar vader Adriaan Hovenaar." Het moet ook deze Wiardus zijn die van 1737 tot omstreeks 1761 als chirurgijn in Amsterdam actief is (zie Burgerboek en [Vandervies]). In 1743 beklaagt deze Wiardus zich bij de overlieden van het chirurgijnsgilde "over een beunhaas wonende over zijn deur, verzochtende overlieden zouden deselven bekeuren, maar wijl de beunhaas zijn naam onbekend is konden overlieden de bekeuring niet doen en toonden hem Wiardi aan 't selve regt van bekeuring te hebben als overlieden."(Archief Chirurgijnsgilde: Inv. 366/217, p.267 = 15 oct 1743).
[50] Zie ook [Duinkerken2].
[51] Komt echter niet in [Bottema] voor.
[52] Als scherprechterfamilie hadden de Havestadts een slechte reputatie in de Stad. Egberta's eerste huwelijk is dan ook waarschijnlijk nogal omstreden geweest, al zal zij over geld niet echt te klagen hebben gehad (zie Testament Joh. Havestadt, 16/12/1707). Haar zoon uit dit huwelijk neemt de naam Wiardi aan en op 7/9/1713 wordt zij door haar ouders onterfd (voorzover wettelijk mogelijk) "om mooverende redenen, en omdat an haar Testanten veel ongehoorsaamheid ende moeijlijkheden heeft aangedaan". Met latere testamenten komt alles weer goed (zie ook [Roemeling]).
[53] Wiardus schrijft zich op 4/12/1725 in als student te Groningen en dan op 9/13/1730 als student te Leiden (aetate 22 anni).Een jaar later promoveert hij op een dissertatie Disputatio juridica inauguralis ad legem finalem cod. de aleatoribus. In zijn voorwoord bedankt hij naast de gebruikelijke hoogwaardigheidsbekleders ook zijn twee ooms Egbertus Jan Wiardi en Christiaan Mueller ("UTI ET reverendo, pietate et doctrina conspicuo viro D. Egber. Joan. Wiardi, verbi divini ministro fidelissimo et, in defesso, apud frisios, in pago Tzum, avunculo suo omni cum honore et obsequio in perpetuum venerando NEC NON doctissimo atque expertissimo viro D. Christ. Everh. Muller, medicinae doctori practico apud amstelodamensis, avunculo suo per cognationem sibi juncto, omni amoris culti ad extremum vitae halitum prosequendo"). Dezelfde Christiaan Mueller treedt ook op als getuige bij Wiardus' huwelijk met Jacoba Aleida (zie noot bij huwelijk). Deze Mueller is ongetwijfeld dezelfde Mueller die van 1720 tot en met 1731 Groninger stadsmedicus was (zie [Huisman], p.?). Op 24/4/1714 schrijft deze Christiaan zich als van Esens (Oost-Friesland) afkomstig in als student aan de Universiteit Groningen, waarwaar hij op 26/3/1716 op een medisch proefschrift De ventriculi statu promoveert. Op 10 april 1716 wordt een huwelijks contract tussen hem en zijn aanstaande vrouw Catherine (de) Portewille opgemaakt. Als getuigen treden geen familieleden op. Interessant is wel de aanwezigheid van Th.Muykens van de Groninger Universteit als getuige voor Christian. Het jaar daarvoor had Porteville de Stad vanwege haar leeftijd om een "veniam aetatis" gevraagd. Op 29/5/1731 heeft het paar zich in Amsterdam gevestigd en wordt Christiaan Mueller als burger van Amsterdam ingeschreven. Hij overlijdt in de hoofdstad op 28/4/1758, vier maanden later (7/8/1758) gevolgd door zijn vrouw. Wiardus' specificatie voor Christiaan "per cognationem juncto" (door bloedverwantschap verbonden) zou er op kunnen wijzen dat deze Christiaan een oom van vaderszijde is. Met het verscheiden of verdwijnen van Wiardus' vader en het hertrouwen van zijn moeder zal immers ook de familie van Wiardus' vader enigszins uit het zicht verdwenen zijn. Christiaan is overigens zijn hele leven luthers gebleven. In dat licht zou het kunnen zijn dat hij geparenteerd was aan de Esense lutherse voorganger Mueller. Een zoon Johannes van de laatste wordt aan het begin van de 18de eeuw predikant in Leeuwarden en speelt vandaar een belangrijke rol in de lutherse beweging in Nederland.
[54] Gesina sterft 15 dagen na de geboorte van haar dochter. Meer dan waarschijnlijk is zij in het kraambed van Gesina Cornelia gestorven. De doop van haar dochter vindt plaats op 4 maart 1764, ruim twee weken na haar dood.
[55] Zie [Huisman], p.430.
[56] Deze Geertruida was waarschijnlijk getuige bij de doop in Amsterdam van een Egbertus Wiardus Tepens (let op doop- en achternaam) in 1761 als Geertruida W. van Zwolle.
[57] Meindert werd op 26/1/1767 lid van de Haarlemse hervormde kerk met attestatie van Groningen. Wellicht onder de bescherming van zijn grootvader en de familie van zijn grootmoeder maakte hij snel carriere in het Haarlemse stadsbestuur, met als hoogtepunt een jaar als een der vier laatste Haarlemmer burgemeesteren onder de Republiek voordat in 1795 het zogenaamde "Conseil van Zekerheid" ingesteld werd. Bij zijn dood in 1808 was hij lid van de Haarlemmer Weeskamer. Hij was ook onder de oorspronkelijke leden bij de oprichting van het Wiskundig Genootschap ("MEINDERT WIARDI, Hoofdgaarder van 't Bestiaal (= belasting over geslacht vee) over de stad Haarlem")(zie [Matthes], Bijlage I).
[58] Sara werd namens het Groninger Koopersgilde begraven. Onder haar kinderen was ook een Wilhelmina, welke trouwde met een Beckman. Wilhelmina's zoon Meindert (16/1/1785, A'dam-8/4/1834, 's-Gr.; lid Raad van State) zou de achternaam Wiardi Beckman voeren en daarmee stamvader worden van het geslacht van die naam.
[59] Wiardi Dijkman beklijft uiteindelijk niet als achternaam voor deze familie, maar nog rond 1860 is een Harmannus Wiardi Dijken actief als onderwijzer in Midwolde en Farnsum.
[60] Heijlena Margaretha is niet aanwezig bij het huwelijk van haar jongste zuster Elisabeth. Haar man Willem woonde dit huwelijk wel bij (als "zwager van de bruid"), wat doet vermoeden dat Heijlena reeds was overleden.
[61] Catherina Cornelia bevalt ten minste tweemaal van een buitenechtelijk kind. De eerste maal is kort voor 22 october 1816, wanneer zij aangifte doet van het overlijden van een nog naamloos kind. De tweede maal is op 14 november 1820, wanneer Aagje Koers, vroedvrouw, aangifte doet van de geboorte van een dochter "des morgens om zeven uren", te noemen Maria.
[62] Christiaan Everhard Mueller, oom, is getuige namens Wiardus. Jacoba word geassisteerd door haar nicht Jacoba Crul van Haarlem. Interessant genoeg blijkt de enige Jacoba Krul in de Haarlemmer boeken (d: 6/1/1696, Haarlem) geboren uit Nicholaas' Krul's eerste huwelijk met Geertruid Drabbe, wat deze nicht dus waarschijnlijk een oudere half-zuster maakt van de Geertruid Krul met wie Egbert Jan Wiardi getrouwd was.
[63] [Bottema] schrijft abusievelijk dat Johannes een kleinzoon was van de preceptor Wiardi. Echter, uit het voorgaande volgt dat hij een kleinzoon was van Egberdina en dus een achterkleinkind van de preceptor.
[64] Amsterdamse ondertrouw acten: "Claas Blom van Amsterdam, geref. oud 29 jaar op de Cadijk met zijn broer Hendrik Blom woont als boven; Catherina Wiardi van Groningen geref. oud 32 jaar woont als voorn, haar moeder Jacoba Alida van Abcoude, woont te Groningen." Catherina's leeftijd lijkt niet te kloppen, maar van een later geboren Catherina is geen spoor te vinden. Wellicht ook is deze Catherina de Catherina Wiardi die in november 1776 van Amsterdam naar Groningen komt.
[65] Bij huwelijk is sprake van wettiging van een kind, waarvan tot nog toe geen spoor.
[66] Bij haar huwelijk was Hermina reeds 44 jaren oud. Het Haarlemse overlijdensregister meldt het overlijden van Hermina met de aantekening "wed. v.d. heer Meinert Wiardi, geene kinderen noch vaste goederen nalatend".
[67] De Jacob die met Harmina Wiardi zou trouwen was een jongere broer. De Hovenaars waren waarschijnlijk doopsgezind, aangezien de kinderen van Wiardus en Sara allen bij geboorte ook bij de doopsgezinde kerk worden ingeschreven (geen van hen wordt echter doopsgezind).
[68] Blijkens de acten wordt Pieter bij de ondertrouw vergezeld door zijn moeder Catherine Smit
[69] Op 11/11/1764 vertrekt Tasseron met attestatie van Leiden naar Amsterdam. "Tapper" was het beroep dat Jan volgens het poortersboek van Amsterdam uitoefende.
[70] Waarschijnlijk was Christoffel wijnhandelaar te Leiden. Op 6/8/1781 wordt het paar door de Stad Leiden insolvent verklaard, met voornamelijk huurschulden en rekeningen van wijngroothandelaren. NB: Christina's achternaam wordt in zowel de Leidse als de Oegstgeestse trouwboeken abusievelijk geschreven als Winardi.
[71] Een Gijsbertje Dirx Vermeulen wordt lidmaat op 2 october 1721 in Utrecht met attestatie van Woudenberg gedateerd 2 september 1719. Dit zal dezelfde geweest zijn als de Gijsbertje Vermeulen die in 1691 in Woudenberg gedoopt wordt als dochter van Dirk Vermeulen en Ariaantje van Geijsenbeek - de enige Gijsbertje Vermeulen die in de doopboeken van Woerden voorkomt. Na overlijden van Jan verklaart Gijsbertje dat er "geen minderjarige nagelaten zijn" (Mombair Register 35/1381, nr. 2892), wat gezien Gijsbertje's leeftijd bij haar huwelijk nauwelijks te verwonderen valt. Johannes brengt 300 guldens in bij het huwelijk. Gijsbertje brengt een stuk land in, alsmede 1000 guldens (Utrechts Archief: U190a1, no 27, hc van 15/9/1735). Deze 1000 guldens worden vrijwel direct gebruikt als hypotheek ("plecht") op een huis aan de Voorstraat in Utrecht, "bij de Slachtsteeg", ook omschreven als "bij 't Bonte Paard". Blijkens het begraafboek heeft Gijsbertje tot op haar dood op dit adres gewoond.
[72] Wiardi Wiebenga zou niet als achternaam beklijven, maar afstammelingen van Gercko Wiebenga op Ameland gebruikten een eeuw later Wiardi nog steeds als doopnaam.
[73] Zie [Scheen]. Jan schilderde vooral landschappen en zeegezichten.
[74] In 1853 dient Haijo in het leger en zit een straf van zes dagen uit ("Haijo Wiardi, oud 27 jaren").
[75] Vlak voor haar trouwen kreeg Geessien een doodgeboren dochtertje (6/12/1898). Wellicht was haar huwelijk gedwongen.
[76] Hinderika werd tegelijk met haar dochter Letty omgebracht.

LITERATUUR:

[Bottema]
J. Bottema, Naar school in de Ommelanden. Scholen, schoolmeesters en hun onderwijs in de Groninger Ommelanden, ca.1500-1795 (Bedum: Egbert Forsten & Profiel, 1999)
[Graaf]
C. de Graaf, Jr., "Genealogie van het geslacht Otten en Anloo, ca. 1550-1800," Gens Nostra, ?(1994), pp. 131-140 + 250-284
[Doornbos]
W.G. Doornbos & D.F. Kuiken, Burgerboek van de stad Appingedam: 1619-1808 (Groningen: Blafferd, 1995) (= Groninger Bronnen en Toegangen, nr. 10)
[Duinkerken1]
W. Duinkerken Sinds de reductie in Stad en Lande van Groningen : biografisch-genealogisch lexicon van de predikanten, die sinds 1594 de Gereformeerde en (sinds 1816) de Hervormde gemeenten tussen Eems en Lauwers hebben gediend (2 Dln) (Bedum: Profiel, 1991-2) (aanvullingen en correcties in Groninger Archieven)
[Duinkerken2]
W. Duinkerken De Classis-Kinderboeken van Groningen, 1640-1816 (Veenwouden: eigen beheer, 1997)
[Elema]
P. Elema & W.G. Doornbos, "Fraterma (ook: Fraterna, Froterma, Frotema)," Gruoninga 43(1998), pp.41-82
[Huisman]
F. Huisman, Stadsbelang en standsbesef. Gezondheidszorg en medisch beroep in Groningen, 1500-1730 (Erasmus Publishing, 1992)
[Lieburg]
F.A. van Lieburg, Repertorium van Nederlandse hervormde predikanten tot 1816 (2 Dln.) (Dordrecht: Van Lieburg, 1996)
[Matthes]
C.J. Matthes, Feestrede ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van het Wiskundig Genootschap onder de zinspreuk : "Een onvermoeide arbeid komt alles te boven", gehouden den derden Mei 1879 (Amsterdam: Weytingh & Brave, 1879)
[Pathuis]
A. Pathuis, Groninger Gedenkwaardigheden, teksten, wapens en huismerken van 1298-1814 (Assen: Van Gorkum, 1977)
[Roemeling]
O.D.J. Roemeling, "Het geslacht Waslander", Gruoninga, 14(1969), pp.?? + ??
[Scheen] P.A. Scheen, Lexicon Nederlandse beeldende kunstenaars 1750-1880 (herzien door P. Scheen) ('s-Gravenhage: Scheen, 1981)
[Sentener]
J.H. Sentener, "Naamlijst van de leden der gereformeerde kerk, die tevens burger van Appingedam zijn (1661)", Gruoninga 2(1955), pp.13-14
[Sillem]
C.H.W. Sillem, Die Matrikel des akademischen Gymnasiums in Hamburg, 1613-1883 (Hamburg: In Commission bei Lucas Graefe & Sillem, 1891)
[Van Slooten]
"Genealogie Van Slooten", Nederlands Patriciaat, 77 (1973), pp.438-474.
[Vies]
A.B. van der Vies, "De Amsterdamsche Chirurgijns (Heelmeesters) van 1730-1829," De Nederlandsche Leeuw 36(1918), pp.276-283 + 320-325 + 353-355
[Vitringa]
Carmina lugubria ab ornatissimis academiae civibus pie edita in funere plurimum venerandi ac clarissimi viri, Campegii Vitringa (...) (Franeker: Halma, 1723)

Laatst bewerkt:2002/07/20 11:48:17 (EA)