Aantekeningen

[1] Ofschoon de familie een wapen voert is dit niet het friese H(e/i)ddema wapen. Het Heddema wapen was een rechter schuinbalk (van linksboven naar rechtsonder) met drie lelien langsbij boven en onder, zie [Pathuis]. Voor verscheidene andere Hiddemas en Heddemas in het Groningse en het Friese kan eveneens geen relatie met Broer worden aangegeven. Rond 1650 is er bijvoorbeeld een chirurgijn Claes Bennes Hiddema actief in Sneek. Iets eerder is er sprake van een Anna Hiddema die op 16/6/1618 een Cornelis Vorden trouwt en vervolgens op 15/10/1620 een Froterma, in beide gevallen te Grijpskerk. Een verband met Claes lijkt onwaarschijnlijk. Wel aannemelijk is dat Broer twee zusters Eelke en Martje had (zie latere voetnoot). Verder trouwen in de stad Groningen een Jan Heddema x Hilletjen Janssen op 27/11/1650 en een Gerke Bennens Hiddema (van Visvliet) x Hillegonda Peter Hartman op 28/7/1651. Broer en Johannes verkrijgen ook ongeveer tegelijkertijd het klein burgerrecht van Groningen (in respectivelijk 1656 en 1658). Gezien hun namen zouden Gercke en Johannes goed broers van Broer kunnen zijn, maar enig bewijs is er niet.
[2] Tallechien's broer Derck geeft haar overlijden aan. Wanneer Broer vooruitlopend op zijn tweede huwelijk zijn testament opmaakt (Gerechtelijke Archieven, Gr: 11/8/1676) zijn nog zes van de kinderen in leven: ".. de Ed. Broer Heddemas ses kinderen, namentlijk Aletta, out seventien jare, Bernardus sestijn, Severinus viertijn, Gerhardus 12, Arien 10 ende Hibbina Hiddema 8 jaren, alle te samen bij wijlen Tallenchien Severinus in echte ...". De Groninger doopboeken geven hun namen als Aeltje, Benno, Severinus, Gercko, Aefje (???) en Hilbrich. De leeftijden kloppen wel ongeveer. Er is een probleem met Aefje versus Arien. Ook zou Hibbina in 1669 geboren zijn (aldus de kaartcatalogus), waar 1667 waarschijnlijker is.
[3] Blijkens het contract van 11/8/1676 kocht zijn vader het collecteurschap voor hem. Hij moet later op eigen kracht het solliciteurschap verworven hebben. Benno is reeds collecteur wanneer hij zich op 10/12/1674 in Delfzijl vestigt (lidmatenboek). Aangezien Benno toen pas vijftien jaar oud was, zal hij bij familie gewoond hebben. Dat was zeker mogelijk. Eerder dat jaar had Augustinus Atzema (Sergeant onder Comm. Gerrit Schay) zich in Delfzijl gevestigd en wellicht dat zijn vrouw hem zelfs vijf jaar eerder was voorgegaan (lidmatenboek Delfzijl, 1669: Eelcke Augustinus, huisvrouw van Augustinus, rustmeester onder Capt. Burmanja). Aangezien deze Augustinus en Eelke later als oom en tante van een Severinus Heddema opduiken (koopacte, 9/10/1688), is Eelke toch zeer waarschijnlijk een zuster van Broer en Benno zal bij zijn tante gewoond hebben. Overigens vestigt zich in 1670 ook een Martje Heddema, wed. majoor Wijnhold de Jager, in Delfzijl (lidmatenboek). Dit zou een andere zuster van Broer geweest kunnen zijn. Ook een aantal van Broers kinderen worden in Delfzijl vermeldt. Voornoemde Martje is waarschijnlijk niet de Martje die in de Groninger boeken te vinden valt. In 1674 vermelden de Groninger boeken de laatste nog als moeder van een laatste kind met dezelfde vader (Mindelt Jannes van Essen, getrouwd in 1655) als voor al haar andere kinderen, vier jaar nadat een beweduwde Martje in Delfzijl genoemd wordt. De Groninger Martje gebruikte overigens ook de naam Harrijts, wat haar wellicht een dochter van Harrijt Hiddema uit Zuidhorn maakt (de opdrachtgever voor de bouw van de Hiddemastate aldaar). Dit vermoeden wordt nog versterkt door het feit dat zij en haar echtgenoot in Zuidhorn trouwen en daar hun eerste kind laten dopen. De vraag is nu of een van deze twee Marthas een zus van Broer is geweest.
[4] Of Severinus zich ook in Delfzijl gevestigd heeft is niet te achterhalen via het lidmatenboek van Delfzijl. Helaas is er een hiaat in de jaren 1680. Het eerder vermelde koopcontract vermeldt dat Severinus zijn aandeel in het huis kwijt wil omdat hij een langere reis gaat maken. Wellicht hing deze reis samen met zijn leertijd als chirurgijn. Hoe dan ook, in 1689 is Severinus blijkbaar weer in de stad om te trouwen; in 1890 wordt hij als meester tot het chirurgijnsgilde toegelaten. Van 1694 tot zijn dood was hij als heelmeester aan het rode weeshuis in Groningen verbonden. Na zijn dood zet Cunneghien zijn werk voort tot 1711. Zie [Huisman].
[5] Het is deze Catherina die het huwelijkscontract van Benno en Grietje ondertekent (16/3/1764, Finsterwolde). In hetzelfde jaar zou zijzelf in het echt treden met de predikant Cornelius Knottnerus (1718-1779).
[6] Merk op dat Benno de naam van zijn moeder aanneemt. Waarschijnlijk doet hij dit omdat met Harmannus' overlijden in 1763 het geslacht Heddema in mannelijke lijn was uitgestorven (zie [Pathuis]) - zo bleef de naam Heddema behouden ofschoon het geslacht in strikte zin was uitgestorven. Overigens, een aanwijzing dat de solliciteur Heddema zich om mannelijk nageslacht zorgen maakte is de opmerking in het doopboek bij de geboorte van Harmannus: "zijnde de enigste zoon". Het hebben van nageslacht zal overigens niet voorop gestaan hebben bij Harmannus zelf, aangezien Lutgert bij haar huwelijk met Harmannus reeds de vijftig was gepasseerd. Wellicht dat de huwelijkscontracten van Harmannus (R.A.Gr. V gg, 15/6/1731) en Johanna (R.A. Gr., XII b*, 21/4/1731) meer kunnen vertellen.

LITERATUUR:

[Beerta]
Boerderijen en hun bewoners: Beerta, Nieuw-Beerta, Drieborg, Nieuweschans, Oostwold, Finsterwolde, omliggende polders. - Finsterwolde (deel 3) (Stichting De Klerck-Mellema, 1999)
[Huisman]
F. Huisman, Stadsbelang en standsbesef. Gezondheidszorg en medisch beroep in Groningen, 1500-1730 (Erasmus Publishing, 1992)
[Pathuis]
A. Pathuis, Groninger Gedenkwaardigheden, teksten, wapens en huismerken van 1298-1814 (Assen: Van Gorkum, 1977)

Laatst bewerkt:2002/06/15 18:03:10 (EA)